1951 - Op 9 februari woedt er een grote brand, in een plas olie op het water en in een sleepboot, in de Koningin Wilhelminahaven te Vlaardingen. Een daarnaar uitgerukte trekker-manschappenwagen van de Brandweer Vlaardingen raakt te water en komt in de brandende olie terecht, waardoor de brandwachten 1e klasse P. van Delft, A.H. Maat en P. Batenburg en de brandwachten 2e klasse M.H. Kok en H. Westdijk om het leven komen en twee anderen gewond raken.

Op de Algemene begraafplaats “Emaus” in Vlaardingen is een monument opgericht ter nagedachtenis aan deze brandweercollega’s . Wij zongen daar met ons shantykoor in 2001 bij de herdenking van 50 jaar. Nu er, vijf jaar later, nog steeds mensen zijn die daar bij stil willen staan, gingen we op 4 februari weer, bij de kranslegging, onze liedjes zingen op de kazerne en bij het monument op de begraafplaats. Een herdenking als deze vraagt natuurlijk ook om passende liederen. Wij hebben in ons repertoire dan ook liedjes voor dit soort plechtige gelegenheden.

In het jaar 2006 zongen we weer bij deze plechtigheid en met dezelfde inzet.

 

Het waren emotionele gebeurtenissen.

Zaterdag 5 februari 2011 gingen we voor de derde keer naar de brandweer Vlaardingen om die dag de omgekomen collegae te herdenken. Om de vijf jaar wordt daar extra aandacht aan besteed en wij hebben het voorrecht om als brandweer shantykoor onze bijdrage daaraan te mogen leveren. Om 12.00 uur moesten we al aanwezig zijn in de nieuwe kazerne en werden daar ontvangen met koffie. Terwijl de rest van de genodigden binnen kwamen, zongen wij alvast wat in de garage, om onze stemmen op te warmen. Rond 13.45 uur begon de herdenking van Eldert Harreman, die op 5 oktober 1978 om kwam, met ons lied, Shanandoah.  De heer Rik Terlouw sprak na een minuut stilte de aanwezige toe met de volgende woorden. In 1975 vond een grote uitbreiding plaats van het aantal beroeps brandweermensen in Vlaardingen. We gingen van 9 naar 21 man; 12 man uitbreiding dus. En één van die gelukkige 12 was Eldert Harreman. Hij was al wat ouder 34 en viel in die zin op tussen de anderen, die soms wel 10 jaar jonger waren dan hij. Je kon merken, dat hij met sommige dingen rijper was dan zijn nieuwe collega’s, maar vormde zeker geen buitenbeentje. Het was geen makkelijke tijd. De beginjaren 70 tekenden zich door een stevige confrontatie tussen beroeps en vrijwillig brandweerpersoneel. En als je eenmaal de stap van vrijwillig naar beroeps had gezet, dan hoorde je niet meer bij de ene maar voortaan bij de andere partij. Eldert hield zich daar niet mee op. Hij kwam van de vrijwilligers en bleef ook vrijwilliger. Dus ook al had je geen dienst op donderdag, dan ging je toch gewoon mee oefenen. Zo ook op die fatale donderdag 5 oktober 1978. Het leek op een donderdag als alle andere. Verzamelen in de kazerne, grapjes maken en je alvast in het uitrukpak hijsen. Er stond een oefening op het programma, waarin een vrij nieuw element van het brandweervak weer veel aandacht zou krijgen. Met behulp van adembescherming met weinig of geen zicht mensen redden. De oefening was uitgezet in het gebouw van de afdeling Engeneering Development van Unilever aan de Schiedamsedijk. Een pittige oefening; zes slachtoffers bevonden zich in het gebouw. En in ploegjes van twee gingen de brandweermensen naar binnen om ze te zoeken. Zo ook Eldert met een collega, een beroepscollega. Ze kenden elkaar goed, ze vertrouwden blindelings op elkaar. Ze waren immers goed opgeleid en ze waren immers goed getraind. Eldert voorop, zijn collega achter hem. Alleen het geluid van hun ademhalingsautomaten verried waar ze zich bevonden. “Een oefening in een verduisterde fabrieksruimte, onder hinder van kunstmatige nevel”, zo staat het in het politierapport. En dan, wat dan gebeurt, wat er dan mis gaat. We zullen het nooit precies weten. Misschien willen we het niet weten. Maar in een fractie van een seconde is het gebeurd. Eldert valt en meteen stopt zijn ademhalingsautomaat. Er wordt van alles gedaan in een poging hem te redden en hij wordt met spoed naar het ziekenhuis gebracht. Later op die avond komt echter de bevestiging van wat we eigenlijk allemaal al wisten. Eldert was overleden, hij moet op slag dood zijn geweest. Eldert Harreman heeft het duurste leergeld betaalt, dat er is. Maar hebben we er nu wat van geleerd? Pas ver na zulke incidenten komt het besef, komt de kwaadheid, later komen de vragen. Waarom, waarom moest dit gebeuren? Waarom juist hij? Waarom daar op dat moment? Daarop zullen we nooit een antwoord krijgen. Maar niets in het leven gebeurt zomaar. Van alles wat er gebeurt leren we. Dat is het lot van de mens. We kunnen alleen leren door dingen fout te doen. Leren uit ondervinding en volgens het gezegde is dat de beste leermeester. Maar waarom is het leergeld zo hoog? Ja, we leren en we doen ervaring op. En we weten, dat die leerervaring verwerkt moet worden in oefeningen en dat doen we ook en ook daar leren we weer van. Maar leren we niet het meeste van de verhalen die we elkaar vertellen. We hebben al zoveel meegemaakt en vaak ging het dan maar net goed. En een heel enkele keer gaat het fout, maar dan gaat het ook echt fout. Natuurlijk moeten we lesmateriaal ontwikkelen en steeds vernieuwen en aanpassen met onze ervaringen. Maar door het simpel en emotieloos uit een boekje lezen leren we daar wel genoeg van? Ik denk het niet, niet alleen maar althans. We moeten elkaar weer dingen gaan vertellen en onze ervaringen op elkaar overbrengen. Dus alleen door dit verhaal en het verhaal van onze vijf in 1951 omgekomen collega’s te vertellen en nog een keer te vertellen en nog eens en……… Dan zullen we er van leren en dan en dan alleen zal het door hen betaalde leergeld niet voor niets zijn geweest. Eldert zal in de herinnering van mij en zijn andere collega’s altijd een speciale plek innemen, want hij was een goed mens, echtgenoot en vader, maar voor ons een fantastische collega.

Daarna werden er kransen en bloemen bij de gedenkplaats gelegd door diverse mensen, waaronder burgemeester Bruinsma. Na deze emotionele plechtigheid werden de koorleden met brandweer busjes naar de begraafplaats vervoerd waar intussen de mensen van het geluid alles al gereed gemaakt hadden. De stille tocht vertrok van de kazerne naar de begraafplaats en toen ze daar aankwamen zongen wij het mooie Duitse lied, Möwe du fliegst in die Heimat. Dit wordt in Duitsland regelmatig bij plechtigheden gezongen. Ook een trompettist blies na ons lied het signaal Last-Post, altijd indrukwekkend om te horen. Bij het monument van Pieter van Delft, Mari Hendrikus Kok, Albert Hendrik Maat, Pieter Batenburg en Herman Westdijk die in 1951 om kwamen, werd 1 minuut stilte in acht genomen. Burgemeester Bruinsma sprak enige woorden en Kees Verhulst, een oud brandweerman die al in actieve dienst was tijdens het ongeval, legde de toehoorders uit hoe deze vreselijke ramp zich afspeelde. Hij eindigde met het onderstaande gedicht.

9 februari 1951

O, donkere februari – dagen, waarom die zwarte stonden

Toen velen in die onheilsplek, zo’n smart’lijk einde vonden

Ze hebben, toen de plicht gebood, spontaan gehoor gegeven

Doch vuur en water spanden saam en doofden ’t vruchtbaar leven

We vinden haast de woorden niet, bij die geleden smarten

Maar er is innig medelij, dat opwelt uit de harten

Zo dikwijls rouwde Vlaardingen, de zee nam vaak haar zonen

Maar treft ons hier zo plotseling, dat tragisch ongewone…

Dat nieuwe gebouw, voorkort met vreugd begroet, om het gereed zijn

Is nu een rouwkapel.  O lot, wat kan je wrang en wreed zijn!

Narcky N. Mulder

Tijdens de daarop volgende bloemlegging zongen wij ons nieuwe lied, The faithful Sailor Boy en het mooie Fiddlers Green. Deze bloemlegging werd gedaan door de burgemeester namens de gemeente Vlaardingen, de postcommandant R. Wolters namens het korps Vlaardingen, C. Maat en A. Kooij namens D.O.V. (door oefening vaardig) en de rest van de bloemen door nabestaande en familie. Het dankwoord was voor C. Maat, zijn broer was één van de slachtoffers. Rond 15.00 uur liep de stoet terug naar de kazerne, wij zongen Nearer my god to thee, tot iedereen weg was. Daarna werden ook wij weer terug gebracht naar de kazerne. We konden daar nog wat napraten bij een hapje en een drankje. Het was, evenals de vorige keren, een zeer indrukwekkend optreden. Maar we hebben het graag gedaan voor de collegae en de familie. We weten, als geen ander, alles over de gevaren die zich bij dit beroep kunnen voor doen.